De oprichting van de Ronde Tafel

De legendarische Ronde Tafel werd lang geleden bedacht door Merlijn, in het hart van Camelot. Hij koos de ronde vorm als symbool voor de rondheid van het universum en de gelijkwaardigheid waarmee de mannen aan de tafel behandeld zouden worden. Aan een rechthoekige tafel zou er namelijk altijd iemand aan het ‘hoofd’ zitten, waarmee de één zich bij voorbaat zou verheffen boven de ander. Met de oprichting van een Ronde Tafel, wilde Merlijn het idee naar buiten brengen dat waar je ook geboren was, je jezelf kon bewijzen als een waardige strijder en je zelfs gelijk zou kunnen stellen aan de Koningen en Heren die plaats hadden aan de tafel. Nadat Koning Uther stierf, droeg Merlijn de tafel over aan Koning Leodegrance, een trouwe volgeling van Koning Uther.

Iedereen, ongeacht waar hij of zij vandaan kwam, kon een loyale ridder van de Koning worden. Ze hoefden zich louter ridderlijk genoeg te bewijzen en een Ridderlijke Eed af te leggen, om te zweren de regels van de Code der Ridderlijkheid te volgen en met hun leven te verdedigen. Deze regels luidden als volgt:

  • Moord nooit en te nimmer buiten veldslag of eervol gevecht
  • Pleeg nooit en te nimmer hoogverraad (een misdaad tegen je Land of Koning)
  • Wees niet onnodig wreed tegen anderen, wees genadevol tegen ieder die erom vraagt, zelfs op het slagveld.
  • Ondersteun altijd vrouwen in nood
  • Doe vrouwen geen kwaad
  • Ga nooit ten strijde om voor andere redenen dan je Koning en Land te verdedigen

Gedurende de heerschappij van Koning Arthur, was de Ronde Tafel het centrum van het Koninkrijk, een plaats om bijeen te komen en te bepalen wie welke queeste zou volbrengen.

 

De Ridders van de Ronde Tafel

Toen aan Koning Arthur een Ronde Tafel met zetels voor 150 Ridders werd overgedragen, kreeg hij ook nog eens 100 Ridders van Koning Leodegrance. Gedurende deze tijd aan de Ronde Tafel, waren de bekendste ridders met de meeste overwinningen en queesten, Koning Arthur, Heer Lancelot van het Meer, Heer Gawain, Heer Geraint, Heer Percival, Heer Bors de Jonge, Heer Lamorak, Heer Kay, Heer Gareth, Heer Bedivere, Heer Gaheris, Heer Galahad, Heer Tristan en Heer Mordred.

Heer Lancelot

De meest befaamde Ridder van de Ronde Tafel was zonder twijfel Heer Lancelot van het Meer. Hij was de beste en dapperste op het slagveld, waardoor hij overal waar hij kwam werd bewonderd. Hij won ieder ridderspel waar hij aan deelnam, versloeg zelfs de sterkste ridders en had een legendarische ridderlijke status. Om deze redenen werd hij verafgood als een held door vele jonge Ridders. Hij kreeg de titel Ridder van het Meer toen hij arriveerde in het Hof van Koning Arthur, gestuurd door Vrouwe van het Meer, die hem had grootgebracht. Zij had Koning Arthur verzocht Lancelot onder zijn hoede te nemen en hem de fijne kneepjes van het ridderschap bij te brengen. Gedurende deze periode ontwikkelde Heer Lancelot zich als een goede vriend en maakte meer dan eens indruk op Koning Arthur met zijn ridderlijke heldendaden. Op een dag zou hij officieel geridderd worden, een dag van grote schaamte, omdat hij zijn zwaard vergeten was, waarzonder het niet kon geschieden. Het was de Koningin zelf, Guinevere, die zijn zwaard vond en het nipt op tijd aan hem teruggaf, waardoor het eindelijk voltooid kon worden. Voor haar hulp had ze zijn onvoorwaardelijke loyaliteit en liefde gewonnen, en in een opwelling verzocht hij de Kampioen van de Koningin te worden, waarmee hij zijn eeuwige eerbied zwoor. Dit betekende dat het zijn Koninklijke taak werd om zowel haar persoon als eer te vuur en te zwaard te verdedigen. Koningin Guinevere, die zich tot hem aangetrokken voelde vanaf het eerste moment dat ze hem zag, was gecharmeerd door zijn woorden en accepteerde zijn verzoek.

 

Koningin Guinevere

De eerste ontmoeting tussen Guinevere en Koning Arthur, was in haar vaders Kasteel in Camelerd. Ze was de dochter van de Koning van Camelerd, Koning Leodegrance. Toen Camelerd aangevallen werd, was het de dappere Koning Arthur die ter hulp schoot. Gedurdende de overwinningsviering zag Arthur Guinevere voor het eerst, en was op slag verliefd. Arthur wendde zich tot Merlijn voor raad en advies, omdat hij nooit zou trouwen zonder de instemming van zijn mentor. Toen Merlijn hem vroeg of er een vrouw was waar hij meer van hield dan ieder ander, wist Arthur zonder enige twijfel te antwoorden “Guinevere”. Merlijn waarschuwde Arthur dat Guinevere niet heilzaam genoeg was om zijn vrouw te worden en ze door Lancelot bemind zou worden, en zij hem ook. Hoe belangrijk het advies van zijn mentor ook voor hem was, Arthur besloot zijn hart te volgen, in de overtuiging dat dit lot hem bespaard zou blijven. Uiteindelijk stemde Merlijn in om hem te steunen. Koning Leodegrance was overstemd met vreugde toen hij het hoorde en bracht zijn dochter via Merlijn naar Arthur, samen met het geschenk van de Ronde Tafel dat aan hem toevertrouwd was en de bijbehorende 100 Ridders.

In de daaropvolgende jaren kwamen Merlijns voorspellingen uit. Na uitgeroepen te zijn tot haar Kampioen, poogde Heer Lancelot zijn liefde voor Koningin Guinevere te tonen als de liefde van een vriend, en zij probeerde hetzelfde. De omstandigheden van hun nauwheid maakte het falen onvermijdbaar. Heer Lancelot zou de eer van de Koningin te vuur en te zwaard verdedigen en op queesten gaan om haar te redden, waardoor de twee veel tijd samen doorbrachten en uiteindelijk het lot der liefde niet konden ontkomen. Het was tijdens één van deze Queesten om Koningin Quinevere te redden, dat Heer Lancelot één van zijn titels verdiende. Heer Meliagrance verlangde Koningin Guinevere voor zichzelf, lokte haar in de val en ontvoerde haar naar zijn Kasteel. Het lukte haar om in het geheim een boodschap te sturen naar Heer Lancelot, smekend om haar te komen redden, waarna hij direct op zijn paard sprong om haar te komen redden. Helaas voor hem liep ook hij in de val en zijn paard werd geraakt door boogschutters. Ongedeerd probeerde hij een vervoersmiddel te zoeken om naar Heer Meliagrances Kasteel af te reizen. Het enige wat hij kon vinden was een kar bestuurd door een dwerg. Vernederd werd hij langs lachende meuten gereden, hetgeen hij ervoor over had om op tijd bij Guinevere te zijn. Zijn reputatie was dermate onfeilbaar, dat Heer Meliagrance zich onmiddellijk zonder slag of stoot overgaf. Deze overwinning bracht hem de titel ´De Ridder van de Kar´.

 

Excalibur

Zo bekend als de Ronde Tafel was, misschien zelfs nog bekender was Excalibur. Zonder twijfel het beroemdste zwaard in de geschiedenis van de wereld, evenals een trouwe hulp van Koning Arthur. Toen Arthur was verslagen bij de Slag om Camlann, was zijn laatste wens om Excalibur terug te laten brengen naar de steen op het Eiland van Avalon. Hij gaf deze wens door aan Heer Bedivere, één van zijn meest naaste en trouwste Ridders. Echter, toen het lichaam van Arthur naar Avalon gebracht was en het tijd werd om het zwaard weg te werpen, kon Heer Bedivere het niet loslaten. Terwijl hij het bevend in zijn hand hield, realiseerde hij zich dat het zwaard hem overmeesterd had. Merlijn zag zijn aarzeling en gebood hem het los te laten. De eens zo eerbare Heer Bedivere was door het zwaard gevuld met een oeverloos machtsgevoel. Merlijn wist dat hij geen schijn van kans maakte om het zwaard af te pakken. Hij stelde voor dat Heer Bedivere zich als waardig zou bewijzen, door het zwaard in een dikke boomstronk te steken. Heer Bedivere stak het zwaard met een ferme zwaai als een mes door warme boter in de stronk. Merlijn stelde voor dat hij het deze keer op staal zou proberen. Heer Bedivere daagde twee soldaten tegelijkertijd uit. Hij hakte hun zwaarden zonder enige moeite door midden. Uiteindelijk daagde Merlijn hem uit om een door drakenvuur verschroeide rots te doorklieven, het hardste materiaal ter wereld. Heer Bedivere lachte en stak het zwaard wederom gemakkelijk in de rots. Hij kon niet anders dan glimlachen, denkend zijn waardigheid voor de troon eindelijk bewezen te hebben. Merlijn herhaalde dat slechts de waardige het zwaard echt kon hanteren. De Heer Bedivere had er genoeg van, werd woedend op Merlijn en probeerde naar hem uit te halen. Fronzend kwam hij erachter dat het zwaard niet in beweging kwam. Hij trok en trok, maar het zwaard kwam met geen mogelijkheid in beweging. Uiteindelijk liet hij het gaan, waarmee zijn redelijkheid ook weer terug kwam. Vervuld van schaamte ging hij op zijn knieën voor Merlijn en smeekte om genade. Excalibur zat wederom vast in de steen, wachtend op een ware Koning om het te bevrijden.